avec-papiers.be Rotating Header Image

Achter de berg liggen andere bergen

DSC_0668+_2Terug in Port-au-Prince waar ik me intussen thuis voel. Een uur of acht electriciteit per dag, een keer om de paar weken leidingwater, de regens die de straten in beken veranderen en ze soms samen met de huizen, hun bewoners en inboedel wegspoelen, de klaxonnerende wagens die vaardig laveren tussen de gaten in de weg en zich bij gebrek aan parkeerplaatsen maar op de trottoirs parkeren, de winkeliers die zich bij gebrek plaats op de trottoirs maar half op straat installeren, en het batallion aan schoenenpoetsers, fruitverkoopsters, ijsventers en verkopers van frisdrank en etenswaren die zich in het labyrinth van smalle straten en tussen de in de file staande auto’s hun waar proberen te slijten.

Bill Clinton – intussen speciaal gezant voor Haïti van de Secretaris-Generaal van de VN, Ban Ki-Moon – maakt het ondertussen tot een van zijn belangrijkste opdrachten buitenlandse investeerders aan te trekken in Haïti. Hij was een paar weken geleden op bezoek met een 200-tal potentiële investeerders. Het moet gezegd zijn dat zij interessante condities aantreffen nu de hele discussie over het minimumloon is afgerond. Alle sectoren moeten sinds 1 oktober een minimumloon van 200 Gourdes (4€) per dag betalen. De enige uitzondering is de sector van de onderaanneming die maar 125 Gourdes (2,5€) per dag moet betalen. In een nieuw wetsvoorstel dat circuleert en dat de arbeidswet wil aanpassen mbt het nachtwerk was er eerst voor geopperd dat zo ongeveer elk verschil tussen dag- of nachtwerk wegviel. Na kritiek uit de civiele maatschappij werd het voorstel herzien: bij nachtwerk zou men toch 10% extra vergoed worden. Andermaal met een uitzondering: de onderaannemingssector mag hetzelfde loon hanteren. Die onderaannemingssector lijkt wel buiten de wet te staan en dat is opperbest nieuws voor buitenlandse investeerders.

Toch gelooft lang niet iedereen dat men met die buitenlandse investeerders de duurzame oplossing kan bieden voor de hoge werkloosheid en de armoede. Naar aanleiding van de wereldvoedseldag op 16 oktober werd een interessante persconferentie gegeven door verschillende actoren uit de civiele maatschappij. Zij verwijten de Haïtiaanse overheid dat ze teveel naar het buitenland kijkt met betrekking tot duurzame ontwikkeling en geen oog heeft voor de troeven die Haïti te bieden heeft. Zo zouden overheidsinvesteringen in de lokale voedselproductie niet enkel massa’s jobs kunnen creëren op het platte land en de milieuproblematiek kunnen aanpakken, ze zouden het land ook minder afhankelijk kunnen maken van buitenlandse import die nu 58% van het lokaal geconsumeerde voedsel vertegenwoordigt. Import die logischerwijs onderhevig is aan prijsschommelingen op de internationale markten.

Onlangs las ik dat sommige Haïtiaanse gezinnen 70% van hun inkomen aan voedsel spenderen. Grotendeels een gevolg van de stijging van de prijzen op de internationale markt. Als je weet dat Haïti een dikke dertig jaar geleden quasi zelfvoorzienend was met betrekking tot voedsel dan weet je dat er vandaag een groot onbenut potentieel is in de landbouwsector. Sinds een jaar of dertig wordt er nauwelijks nog geïnvesteerd in de landbouw, met alle gevolgen van dien. Dit jaar werd in het budget 6% ingeschreven voor landbouw – het hoogste percentage in decennia – maar dat is ver van voldoende om de sector nieuw leven in te blazen. Elk jaar komen ongeveer 75.000 mensen van het platte land naar de hoofdstad afgezakt bij gebrek aan perspectieven in de landbouw. Die 75.000 vullen de reeds overbevolkte en verstikkende hoofdstad met als gevolg nog meer straatverkopers of – erger – potentiële recruten voor criminele bendes.

Afgelopen vrijdag 16 oktober werd in de vruchtbare vallei van de Artibonite-rivier een vreedzame betoging georganiseerd door verschillende boerenorganisaties. Ze eisten dat de zakken meststof voor de rijstproductie, waarvan de prijs door de overheid werd vastgelegd op 500 Gourdes (10€), ook aan die prijs verkocht zouden worden. In de praktijk betalen de boeren die zakken 1200 à 1300 Gourdes ( 24 à 26 €). De overheidsdienst die verantwoordelijk is voor de verdeling van de zakken verkoopt deze door aan lokale tussenpersonen die ze uiteindelijk aan de boeren aanbieden. Het prijsverschil is wellicht te zoeken in geld dat in de verschillende transacties aan handen blijft kleven. En het zijn waarschijnlijk diezelfde kleverige handen die een tegenmanifestatie op de been zette tegen de boerenmobilisatie afgelopen vrijdag. Met grote flessen rum in de hand, stokken, stenen en volgens sommigen bronnen zelfs machettes blokkeerden ze de boeren de toegang tot de overheidsdienst die verantwoordelijk is voor de verkoop van de zakken mest. De manifestatie werd eerst verbaal aangevallen en even later vlogen de stenen vanuit de tegenbetoging naar de boerenmanifestatie met haar spandoeken en pancartes. Het was snel afgelopen. Sommigen hebben duidelijk geen zin hun privileges op te geven.

Haïti is een land waar de spanning tussen de gepriviligeerden en de massa steeds latent aanwezig is. De contrasten die je hier aantreft zijn oogverblindend. Terwijl zo ongeveer 70 % van de bevolking het moet stellen met minder dan 2 USD per dag, zie je hier naast de zware blinkende 4×4’s soms zelfs een Ferrari of een Lotus rijden. De kloof tussen arm en rijk is hemelsbreed. Bij gebrek aan basisdiensten zoals onderwijs en gezondheidszorg wil arm zijn hier zeggen dat je in een vicieuse cirkel zit waarin je je kinderen niet naar school kan sturen noch een dokter kan raadplegen. De “middenklasse” – mensen met een job die beter betaalt als het minimum hongerloon – hebben het behoorlijk moeilijk om hun huur en het schoolgeld te betalen en elke dag eten op de plank te krijgen voor hun gezin.

DSC_0117-We zijn intussen een maand of dertien verwijderd van de algemene verkiezingen die gepland zijn voor november 2010. President Préval is de laatste weken – geheel tegen zijn gewoonte in – behoorlijk actief geweest, al kan hij zelf niet herverkozen worden. Om te beginnen heeft hij iedereen met stomheid geslagen door er persoonlijk voor te zorgen dat op een tiental dagen een nieuwe tijdelijke verkiezingscommissie beëdigd werd. Eigenlijk mag dat niet, maar de politieke klasse is hier zo gedesorganiseerd dat er van georganiseerde oppositie tegen een dergelijk onrustwekkend feit geen sprake is. Sommige politici doen evenwel toch hun beklag op de radio en waarschuwen dat dit politieke spel de gemoederen wel zou kunnen doen verhitten. Afgelopen week heeft Préval ook alle lokale en sublokale mandatarissen uitgenodigd om het over de gezondheidszorg te hebben. In de praktijk heeft hij ervan geprofiteerd hen ook te overtuigen toe te treden tot een nieuw politiek platform onder het motto: “In plaats van een veelvoud van quasi lege bussen te laten rondrijden kunnen we beter iedereen in dezelfde bus steken.” Daarnaast heeft de president ook bijzonder fel uitgehaald naar alle figuren die de VN-troepen “bezettingstroepen” noemen, hij bestempelde ze als onverantwoordelijke personen.

De VN-troepen blijven voor controverse zorgen. Velen vragen zich af wat ze hier nu eigenlijk nog doen nu Haïti al een hele tijd rustig is. Waarom werken ze niet mee om de stormschade van vorig jaar te herstellen ? Waarom gooien ze zóveel traangas naar nog geen honderd betogers dat heel der buurten onleefbaar worden ? Een populaire betoging in Haïti zonder dat de VN-missie bekritiseerd wordt heb ik hier nog niet meegemaakt. De hoofdstad staat vol met anti-VN graffiti. Anderen menen dat ze beter zouden blijven tot na de verkiezingen volgend jaar. In alle geval, hun mandaat is op 15 oktober verlengd voor een jaar en de president heeft het duidelijk niet zo begrepen met de figuren en bewegingen die zeggen dat de VN-missie in feite een bezettingsleger is dat ervoor zorgt dat Haïti in de pas loopt van de internationale gemeenschap.

Haïti is complex. Haar geschiedenis is er één van een permanent geaborteerde revolutie, steevast in de kiem gesmoord door hetzij de buitenlandse mogendheden (Frankrijk, de VSA), hetzij door de lokale elite (grote importeurs, drugdealers), maar tegenwoordig wellicht door een coalitie van beiden. De “onafhankelijkheid” van Haïti, haar soevereiniteit is een verzinsel. Hoewel je er soms moedeloos van wordt, toch blijft een andere Haïti mogelijk: een Haïti dat zelf haar politiek kan bepalen en in plaats van de lokale elite en buitenlandse investeerders en instellingen tevreden te stellen de middellen van de bevolking investeert ten gunste van die bevolking. Het is mogelijk, al is er een lange weg te gaan, en al liggen er veel zware obstakels op de weg. Of, zoals een Haïtiaans spreekwoord zegt: achter de berg liggen andere bergen.

0 Comments on “Achter de berg liggen andere bergen”

Leave a Comment