Afgelopen maandag (15 juni) verliepen de studentenprotesten in Port-au-Prince zonder incidenten. Gisteren en vandaag (17 juni) kwam het aan verschillende universitaire instellingen opnieuw tot onrusten en werd opnieuw op grote schaal traangas gebruikt die serieuze overlast veroorzaakte in de omgeving. De VN-troepen (MINUSTAH) betraden onder andere ook de Faculté des Sciences en L’École Normale Supérieure. De studenten protesteren tegen onderwijshervormingen, voor de publicatie van de wet op het minimumloon, en de vrijlating van de personen die tijdens de manifestaties werden opgepakt. De wet die het minimumloon verhoogt van 70 Gourdes naar 200 Gourdes (4€) per dag werd door parlement en Senaat goedgekeurd. Président Préval, die zich sinds 5 mei kon uitspreken over de wet om deze al dan niet ter publicatie in het staatsblad voor te leggen, heeft op 17 juni bezwaar aangetekend tegen de wet waardoor deze terug naar het parlement wordt verwezen voor discussie.
Een ooggetuige die zich op 17 juni samen met enkele studenten in de gebouwen van de Faculté des Sciences Humaines bevond werd net als de andere aanwezige studenten en professoren bevangen door traangas dat op de binnenplaats van de universiteit werd afgeschoten. De ooggetuige verklaarde geen aanleiding te hebben gezien voor het gebruik van traangas. “Binnen de muren van de universiteit waren studenten en professoren aan het werk, er werd les gegeven, studenten zaten over hun boeken gebogen of maakten een praatje. Op de binnenplaats was het rustig, geen geroep, geen stenengooiers, geen amokmakers. Beneden aan de straat die toegang verleent tot de universiteit, zo’n honderd meter van de toegangspoort, stonden een 20-tal mensen te protesteren. Er brandde een autoband en de toegang tot de universiteit was door een wegblokkade van de manifestanten afgezet. Plots zag ik binnen de universiteit enkele studenten wegvluchten terwijl het traangas de leslokalen binnendrong. De aanwezige studenten zochten de hogere verdiepingen op of trachten over de muren weg te vluchten. Een van de studenten die door het traangas werd bevangen verloor even het bewustzijn.”
De protestbeweging blijft voorlopig voornamelijk getrokken door studenten. Hoewel studenten morele steun krijgen vanuit verschillende organisaties in het middenveld, gaan die voorlopig zelf niet tot mobilisatie over maar beperken zich tot het uiten van hun sympathie voor de legitieme protesten. De reden dat de protesten geen breder zichtbaar draagvlak krijgen is onder andere het grote wantrouwen van het lokale middenveld om niet in de kaart te spelen van deze of gene politieke actor. Aanstaande zondag, 21 juni, wordt de tweede ronde van de Senaatsverkiezingen georganiseerd. De eerste ronde mobiliseerde volgens officiële cijfers nog geen 12 % van de stemgerechtigden.
Zij die voordeel zouden halen uit een verhoging van het minimumloon, arbeiders uit verschillende fabrieken, riskeren zich niet op straat. Staken staat in Haïti zowat gelijk met je job opgeven. Voor elke job staan er reeds tien kandidaten te trappelen aan de poorten, die maar al te blij zouden zijn met de huidige loonvoorwaarden. Andere kostwinners, zoals chauffeurs van het openbaar vervoer, weten dat als ze een dag niet werken er die dag niets te eten is, niet voor hen, niet voor hun partners, niet voor hun kinderen. De hoge werkloosheidsgraad en de kwetsbare socio-economische situatie van het merendeel van de Haïtiaanse gezinnen speelt ironisch genoeg in de kaart van zij die de wet er niet willen zien doorkomen.
Lees ook Le Nouvelliste over de protesten op 17 juni



on Dec 23rd, 2009 at 11:32 am
[...] kreeg van president Préval een uitzonderingsmaatregel met betrekking tot een recente loonsverhoging naar 5 USD per dag: deze sector – het ontwikkelingsperspectief bij uitstek voor de econoom Paul Collier, [...]