avec-papiers.be Rotating Header Image

De Talibés van Saint Louis

Saint Louis laat op vele bezoekers een betoverende indruk na. In vroegere tijden was deze stad de hoofdstad van de Franse kolonie Senegal/Mauritanië. Ze blijft in veel opzichten ook vandaag nog een koloniaal karakter behouden en haar geschiedenis oefent op vele toeristen nog steeds een grote aantrekkingskracht uit. Soms krijg je het gevoel dat je enkele decennia teruggetoverd bent. Het decor dat de Fransen hier achterlieten zit daar zeker voor iets tussen. Steeds weer is er wel iets in het straatbeeld dat je gedachten naar het zuiden van Frankrijk doet reizen. Toeterende taxi’s, gemaquilleerde vrouwen, met hun fonkelnieuwe handsfree GSM pronkende mannen en de bouwvallige staat van sommige gebouwen halen je snel uit de illusie in een hoofdstuk van een geschiedenisboek te zijn beland.

Maar het romaneske beeld dat een bezoeker zich van deze stad kan maken staat in schril kontrast met de talrijke kinderen die hier zonder schoenen, in vuile, gescheurde kleren door de straten dolen. Niemand kan ze ontlopen, geen enkele toerist, geen enkele Senegalees. Ze hangen rond in de buurt van hotels, restaurants, cafés, markten en taxistations en bedelen met gestrekte hand voor een aalmoes. Honderden kinderen zijn het, als het er geen duizenden zijn. Talibés worden ze genoemd, letterlijk vertaald: leerlingen van de Koran. Saint Louis heeft wat Koranonderricht in Senegal betreft een grote faam. Die reputatie zorgt ervoor dat nog steeds veel kinderen tussen vier en vijftien in deze stad terecht komen om er lessen te krijgen in de Koran in een Daraa, een koranschool. In deze “scholen” leren de kinderen de verzen uit de Koran uit het hoofd onder de hoede van een Marabout, een meester van de koran. Het is pas later dat ze de betekenis van deze verzen leren. Deze praktijk is noch nieuw, noch een uitzondering in de moslimwereld, maar neemt hier vaak uiterst bedenkelijke allures aan: van gebrekkige of onbestaande hygiëne, ziektes, ondervoeding over uitbuiting tot mishandeling en seksueel misbruik.

Er zijn verschillende oorzaken aan te duiden voor dit probleem. Dat de schoolplicht die in de Senegalese grondwet staat ingeschreven enkel op papier bestaat is er één van. Betrouwbare cijfers zijn nauwelijks beschikbaar, maar iedereen is het erover eens dat er te weinig scholen en te weinig leraars zijn om voor alle kinderen onderwijs te voorzien in een publieke school. De klassen zijn bijna altijd overbevolkt, en dat komt de kwaliteit en daarmee de reputatie van het publieke onderwijs niet ten goede. “We moeten ook durven toegeven,” zo vertelt Salaam Diallo, leraar in een publieke meisjesschool in St. Louis, “dat vele ouders, door hun kinderen honderden kilometers van hun geboortedorp naar een koranschool te sturen, zich van hun ouderlijke taak ontdoen. Al mogen we niet uit het oog verliezen dat dit vaak gebeurt omdat ze niet de middelen hebben om al hun kinderen te onderhouden.” Families van 10 kinderen zijn in polygaam Senegal geen uitzondering, en hoewel het onderwijs in principe gratis is, blijven er kosten aan verbonden, al is het maar voor een schrift en een potlood. “Als ouders hun kinderen aan een Marabout toevertrouwen, dan krijgen die van hem onderricht en dan moeten zijzelf niet meer opdraaien voor onderdak en voedsel. Maar ik vraag me vaak af of de ouders zich werkelijk bewust zijn van de realiteit waar ze hun kinderen naartoe sturen”, aldus Salaam Diallo.

Toch is het koranonderwijs niet te reduceren tot een tweederangs alternatief voor de publieke (Franse) school. In een land met een overgrote meerderheid moslims stuurt bijna elke ouder zijn kinderen vroeg of laat naar een koranschool. Voor kinderen die het geluk hebben les te volgen in een publieke school gebeurt dat meestal gedurende enkele uren per dag na de laatste schoolbel. Ze gaan in de leer en keren na hun verzen weer naar het familiale huis. Minder fortuinlijke kinderen worden echter niet zelden door hun ouders aan een Marabout toevertrouwd, die de facto de voogd van het kind wordt. Deze kinderen blijven meestal jaren onder de hoede van hun “meester” zonder hun ouders terug te zien. Sommige Marabouts nemen die taak serieus op en leren de kinderen naast de Koran ook lezen en schrijven en bereiden hen soms voor op een beroepsleven. Maar het feit dat de praktijken van anderen dermate de spuigaten uitlopen legt een andere oorzaak van het fenomeen bloot: een schrijnend gebrek aan regulering.

Dat Senegal het fenomeen lange tijd genegeerd heeft en vandaag pas de eerste beperkte stappen zet om het probleem aan te pakken heeft er voor gezorgd dat veel organisaties zijn opgerezen die opkomen voor deze kinderen. De beperkte voorzieningen van deze vrijwilligersorganisaties maken het mogelijk dat de kinderen zichzelf en hun kleren kunnen wassen, soms dat ze in een centrum kunnen overnachten in plaats van op straat, en in zeldzame gevallen een minimale vorm van alfabetisering krijgen. Deze organisaties werken met middelen die ze zelf genereren uit diverse activiteiten (telefoonwinkels, verhuur allerlei materiaal,…) of met hulp van buitenlandse NGO’s. In Saint Louis alleen zijn er tientallen organisaties actief die opkomen voor deze kinderen. Een van deze organisaties is And Taxawu Talibé (ATT, Vereniging voor solidariteit met de Talibés). Opgericht in de jaren tachtig hebben ze met buitenlandse hulp in 2003 een gebouw kunnen verwerven waar sanitaire voorzieningen en een leslokaal werden voorzien. Daarnaast trachten de vrijwilligers vaak ook Marabouts te sensibiliseren en hen aan te zetten om minimale sanitaire voorzieningen en algemeen onderwijs te voorzien binnen de poorten van hun Daraa. “Het is geen gemakkelijke taak” zegt Bach Tunkara, voorzitter van ATT, “maar ondertussen werken een aantal Marabouts actief mee aan de sensibilisering van hun collegae, dat is een hoopgevend feit.” Naast sanitaire voorzieningen en minimale alfabetisering tracht ATT de kinderen ook de kans te geven even terug kind te zijn. “Kinderen hebben gebrek aan speelruimte, gebrek aan affectie, gebrek aan normale menselijke relaties. Een kind wordt hier heel snel volwassen. Wat wil je ook? Ze worden vaak volledig aan hun lot overgelaten en moeten maar zien te overleven. Ze moeten soms 200 à 300 CFA (+/- 0.30 à 0.50€) per dag binnenleveren bij hun Marabout. Als ze dit bedrag niet bij mekaar gebedeld krijgen dan durven ze vaak niet terugkeren en verkiezen ze op straat te slapen. We organiseren soms een voetbaltoernooi of een kermis waar de kinderen de kans krijgen om te spelen. We willen hen de moed niet laten verliezen en hen laten voelen dat er mensen met hun lot begaan zijn”, besluit Bach Tunkara.

Baye Ndaraw Diop, hoofd van AEMO (Action Educative à Milieu Ouvert) erkent dat de Senegalese staat het probleem te lang links heeft laten liggen. AEMO is een gedecentraliseerde dienst van het Ministerie van Justitie en van de Sociale Bescherming en heeft welgeteld drie opvoeders ter beschikking voor de hele regio waar – volgens officiële cijfers – zo’n 200.000 mensen wonen. “We hebben te weinig mensen in dienst om alle kinderen te kunnen helpen. Binnenkort zou er verbetering moeten komen als de veertig nieuwe opvoeders in dienst treden. Maar met veertig nieuwe opvoeders voor heel Senegal gaat het probleem niet opgelost geraken.” erkent Ndaraw Diop. “Er moet voornamelijk werk gemaakt worden van informatieverstrekking op het platte land. Ik ben er van overtuigd dat geen enkele ouder zou toelaten dat zijn kind in mensonwaardige omstandigheden leeft, het probleem is dat ze zich daar nu vaak niet bewust van zijn. Het is volstrekt onnodig kinderen honderden kilometers te laten reizen om koranonderricht te krijgen. Ook in hun dorp moeten ze in een koranschool terecht kunnen. Sensibilisering en informatieverstrekking is hoogdringend, maar we mogen niet verwachten dat deze taak op enkele jaren achter de rug zal zijn.”

AEMO heeft recent een voorstel ingediend waardoor een Daraa in de toekomst aan een aantal regels moet worden onderworpen. Vandaag is het immers zo dat iedereen die een minimale kennis van de koran heeft een dergelijke school kan opstarten, zonder dat er enige controle is, noch op de infrastructuur, noch op de kwaliteit van het onderwijs. Als het voorstel wordt aanvaard dan zou een Daraa in de toekomst twee toelatingen nodig hebben om een vergunning te krijgen. Eén wordt verstrekt door een Imam die verzekert dat de Marabout in kwestie een voldoende kennis van de Koran heeft, de andere toelating zou worden verstrekt door AEMO en betreft de opvoederkwaliteiten van de Marabout in kwestie. “Niet iedereen is het er echter over eens dat deze Daraas aan controle onderworpen moeten worden. In vele gevallen wordt elke inmenging gezien als een regelrechte aanval op de godsdienst”, zo zegt Ndaraw Diop.

Het probleem kan echter slechts gedeeltelijk afgeschoven worden op het gebrek aan onderwijsinfrastructuur en op een veel te laat ingrijpen van de Senegalese overheid. De invloed die sommige Marabouts in Senegal hebben is op z’n zachtst gezegd bedenkelijk. “Er zijn twee wetten in dit land”, zo vertelt iemand me, “de grondwet, en de wet van de Marabouts. De wet van de Marabouts is in vele gevallen belangrijker dan wat in de constitutie staat ingeschreven.” Meer dan eens viel het me op dat de scheiding der machten een principe is dat voor vele Senegalezen volstrekt taboe is: “de staat mag zich niet inmengen met religieuze kwesties”, zo zeggen sommigen zonder te twijfelen. Dat het probleem van de straatkinderen niet kan opgelost worden zolang elke opmerking op de praktijken van sommige Marabouts als quasi heiligenschennis wordt beschouwd en dat het gevaar misschien net schuilt in de bedenkelijk hoge positie die sommigen van hen in de Senegalese maatschappij innemen, dat wil niemand hier openlijk gezegd hebben.

1 Comment on “De Talibés van Saint Louis”

  1. #1 marleen
    on Jan 6th, 2012 at 6:11 pm

    Zou info in de dorpen echt welkom zijn? Of zouden de vertellens hun leven riskeren???

Leave a Comment