Een kleine schok vanmiddag. Een niemendalletje, maar toch de eerste die ik zelf voelde. Geconfirmeerd voelde. ‘k Was een babbeltje aan ‘t maken met enkele buren. De conversatie haperde met het schokje. Ze knikten toen ik hen vragend aankeek. Een ander natuurfenoom dat voorlopig wellicht meer aandacht behoeft zijn de regens. Al twee keer heeft het even geregend. Gisteren zelfs behoorlijk genoeg om de stoffige straten te spoelen en regentonnen te vullen.
De regens zijn dan wel goed om overal het stof weg te spoelen. Ze zijn wellicht minder verfrissend als je ze beleeft in één van de talrijke geimproviseerde daklozenkampen. Het argument wordt gebruikt om sommigen van de kampen te verplaatsen. In het geval de het golfterrein van Pétionville bijvoorbeeld. Elders worden er andere redenen aangehaald om dit of dat kamp te verwijderen. Zo is er het voetbalstadion van Port-au-Prince. Ik weet niet meer welke voetbalbond het nu weer was, maar ze vonden toch dat het nu wel lang genoeg had geduurd. Of het kamp in de tuin van een eliteschool in Delmas waar de lessen hervat worden. Bijna elke open ruimte wordt gebruikt als tijdelijk logement. Pleinen, stukken straat, platgeslagen huizen, tuinen, al wat er nog aan open ruimte restte in Port-au-Prince lijkt verdwenen onder zeilen en golfplaten.
Waar stuur je die mensen naartoe die geen thuis meer hebben ? De afbraakwerken en het ophalen van het puin van een gebouw kost zo’n 20.000 USD naar verluid. Wie heeft er dat geld hier ? De overgrote meerderheid niet. In het beste geval kunnen ze de planken en de golfplaten recupereren. Maar anderen, laat ons zeggen van een marginale middenklasse, die met wat geluk en hulp van familie uit het buitenland de 20.000 USD wel bij mekaar kunnen sprokkelen zijn zich er van bewust dat ze dan nog maar een leeg terrein hebben. Geen huis, geen electriciteit, geen water. Een leeg stuk grond, dat is alles. Enkelen spenderen het eraan. Die hebben geld zat. Die bouwen nog 20 villa’s met hun kapitaal. Als het er geen 2000 zijn.
Er zouden nu nieuwe lokaties zijn waar tentenkampen en kleine huisjes worden neergezet. Vaak prefab. Scholen – die eigenlijk op 4 april hadden moeten opengaan – worden nu tegen een ijl tempo in mekaar getimmerd met hout en golfplaten. Voor de eerste keer zag ik vrijdagavond een nachtploeg aan het werk op zo’n werf. Maar de activiteiten op schoolgronden staan in schriel contrast met de desolate stilte op private terreinen waar overhellende of ingestortte huizen gerust gelaten worden. Her en der hoor je wel het geklop van een voorhamer. Mensen die zelf beginnen af te breken. Een van m’n buren wil gewoon een stuk grond verkopen om aan het geld te geraken zodat ze haar ingestortte huis kan laten afvoeren. Maar zij is één van de weinigen die eigendom heeft waarvan ze een stuk kwijt kan.
De accute woningnood is een natte droom voor de bouwsector. Veelal buitenlandse ondernemingen profiteren van de lacune op de markt. Miljarden dollars heeft de internationale gemeenschap beloofd voor de heropbouw. Enkelen daarvan komen weer terecht in de kassa van grote buitenlandse bouwfirma’s. Het is een moeilijke oefening uiteraard: Haïti is verre van klaar is voor het regenseizoen en de tijd dringt om een volgende catastrofe te vermijden. Naast het golfterrein van Pétionville zijn er nog vele andere lokaties die de regens beter kunnen missen. Een stuk van het overheidsmaterieel dat na 12 januari naar Port-au-Prince kwam – eerst voor het afvoeren van de lichamen van de slachtoffers, later voor het opruimen van bepaalde terreinen – moet nu elders ingezet worden om het regenseizoen voor te bereiden. De logistieke capaciteit blijft erg beperkt. Geen wonder dat sommige buitenlandse firma’s inmiddels goeie zaken doen hier. Rampenkapitalisme wordt dit ook genoemd.



0 Comments on “Woningnood”
Leave a Comment