M’n tweede ochtend na de terugkeer in Port-au-Prince werd ik wakker in m’n eigen bed. Dat was geleden van 12 januari. Het was eigenlijk niet het plan thuis te slapen. Eerst moest een ingenieur het huis keuren. Maar nadat ik gisteren mijn medehuurder ging opzoeken om te kijken hoe we de eventuele reparaties praktisch gingen aanpakken bleek de band van m’n brommer lek te zijn. Omdat het al donker was leek het me weinig verstandig de twintig minuten te voet naar m’n voorlopig logement te wandelen. Om op veilig te spelen kan je beter maar even de geruchten volgen. En na nauwelijks 24u Port-au-Prince hield ik m’n oren op scherp. Er gingen wel wat geruchten de ronde. Niet allemaal even ernstig te nemen hoor ik na hier een week te zitten.
We hadden die avond een en ander te bespreken en devolgende ochtend vroeg ging die ingenieur langskomen. Thuis slapen leek dus al bij al de beste optie. Het duurde wel even voor de moeheid mijn ongerustheid overwon. Ik lag meer dan een uur wakker denkend aan die laatste nacht dat ik hier totaal zorgeloos in m’n bed kroop. En aan die angst-voor-je-leven moment op m’n dak, díe 12e januari. Omdat ik er niet helemaal gerust in was had ik mijn nachttafeltje wat van m’n bed weggeduwd zodat ik in het ergste geval tussen m’n bed en m’n nachttafeltje kon rollen. De beste overlevingskans in die kamer. Ik sliep als een roos, nog steeds niet echt uitgeslapen van de lange reis tot hier.
‘s Ochtends vroeg – tevreden als ik was in m’n eigen bed wakker te worden – met een tas koffie in de hand zelf toch al maar eens een kritische inspectie langs de muren gedaan. Er waren wel wat barsten. Ik was er nog steeds niet helemaal gerust in. Het is vreemd in een buurt te komen waar er nauwelijks nog iets rechtstaat naast enkele huizen. En in één van die huizen woon je. Net als iedereen hou ik er wel een zekere beton-fobie aan over. Je weet intussen hoe het beton kan vallen. Je wordt er nog elke dag mee geconfronteerd. Hier alsof het bijna geplooid lijkt. Daar met vier verdiepen op geen twee meter samengeperst. Nee, ik was er niet gerust in. De ingenieur moest het vonnis vellen. Dat kwam er vrij snel: géén barsten in de pijlers en dus repareerbaar. De dag tevoren was het MTPTC ook al langsgeweest en die hadden bij de externe keuring hetzelfde geconcludeerd.
Boss maçon: Cader. Hij was de enige metselaar die ik kende. Hij passeerde in de straat. Ik liet hem dan maar meteen de muren zien die de ingenieur had aangegeven als te herstellen. Hij ging binnen twee dagen nog wel eens terugkomen met een offerte. Zo lang moest het nu ook weer niet duren. Temeer omdat ik wel wat twijfelde of hij de geknipte man was voor de job. Uiteindelijk kwam hij enkele uren later terug met een offerte die titelde “Devise pour la reconstruction”. Met blauwe balpen neergeschreven op een stuk papier dat uit een schrift was gescheurd. De totaalprijs: 6000 Haïtiaanse dollars, 30.000 Gourdes. Iets minder dan 800 USD. Er stond wel bij welke materialen hij nodig had, maar een detail van wat die mochten kosten ontbrak. Dan kwam hij nog eens langs, met een gedetailleerde proforma: 2500 Haïtiaanse dollars, 12.500 Gourdes. Een dikke 300 USD.
Boss electricité: James. Met de assistentie van buurman Lesley. Er is wel stroom in de buurt. Ons circuit eens afgelopen. Dat zou moeten werken als er een veiligheid op de transformateur niet was afgesprongen. Eerst de andere huizen die half ingestort waren laten afgekoppelen. Vervolgens de veiligheid teruggeschakeld naar de oorspronkelijke positie. Die is echter verwrongen door de schokken. Een echte veiligheid dus. Een stuk te vervangen op de transformateur. Via de electriciteitsmaatschappij. Niemand kent er iemand, dus dat gaat even duren wellicht. Uiteindelijk een draad dwars door de tuinen en over de huizen laten trekken naar een transformateur een straat voorin. Nog 2 Volt zat er op de 12V batterijen van het backup systeem om de stroompannes op te vangen. De stroom is onstabiel, maar de batterijen raken wel opgeladen.
Boss plomberie: Salnave. Het waterreservoir dat ik de 12e januari op het dak had zien dansen moest terug aangesloten worden. Het zat tot mijn verbazing nog halfvol. Ik had gedacht dat m’n buren dat zouden opgebruikt hebben. Gewoon leeggeschept, want de leiding was losgebroken, maar neen. Toen ik op 12 januari mezelf vasthield aan enkele uitstekende betonijzers had ik het quasi volledige gevulde reservoir dat zo’n anderhalve ton moest wegen zien heen en weer wiegen op m’n dak. De aansluiting van het reservoir op het circuit van het huis was afgebroken. Het had ruim een uur staan leeglopen vooraleer ik het verlies van het kostbare water kon stoppen door er de kurk op te duwen van een fles Grand Marnier. Dat was de enige fles die nog rechtstond in m’n appartement. Maar die paste perfect. Er restte een halve ton. De aansluiting moest gerepareerd worden zodat we dat water terug in huis konden gebruiken. Dan moet die waterton vervolgens binnen een week of twee wel weer gevuld geraken. Maar dat is een probleem voor later. De échte regens laten op zich wachten. Dat is goed nieuws voor de talrijke geïmproviseerde daklozenkampen overal verspreid in de stad. Voor m’n regenton zou het goed nieuws zijn. Als het echt regent zit die ene ton die ik nog heb op tien minuten vol, als het geen twee minuten zijn. De regens zullen komen, dat is zeker.
Boss fer: Roger. Hij zat in Au Kayes maar zou Alfred langssturen om vijf uur. Die moet een nieuw slot steken. Hoewel het altijd op slot is geweest blijken er wel wat spullen verdwenen te zijn. Je kan urenlang je kop breken over wie er nog een sleutel zou kunnen hebben. Een feit is dat je die aan je buren hebt gegeven omdat die gebruik van konden maken van de stroom, onderdak, matrassen. Je laat je huis in zo’n situatie niet gewoon dicht terwijl je weet dat anderen geholpen kunnen worden met de hoogstnoodzakelijke zaken. Maar soit, enkele spullen weg, kop niet breken maar een nieuw slot steken. Alfred – die er stipt om vijf uur was – wacht tot zijn buurman, boss electricité James klaar is. Dan kan hij op de stroom beginnen lassen. Als die komt, met z’n gebruikelijke grillen. Stroom is er hier nog nooit 24/24 geweest. Misschien 8 of 10 uur en in het weekend of op feestdagen soms wat meer.
Boss moto: Lesly. Hij heeft een betere job gevonden bij een NGO. Mijn buurman Raynald kon me wel helpen. Voor ik m’n brommer had was hij vaak m’n taxi-moto. Niet alleen had ik een platte band. De olie moest dringend verversd worden en de carburateur haperde. ‘k Geef hem mijn sleutels, hij komt twee uur later terug met een brommer die hij ‘s ochtends al van z’n lekke band had verholpen. Nog niet tip-top, maar intussen al wel betrouwbaarder. Start goed, bolt goed, maar de moto was nog niet in topvorm. Opnieuw laten repareren. Nog niet opgelost: een kwartier opwarmen vooraleer je kan vertrekken. Wellicht gewoon die carburateur vervangen. Of gewoon een ander moto. Deze is al vijfdehands. Hij rijdt goed, maar ‘k heb er toch al wel wat kosten aan laten doen. Vanochtend viel hij nog tegen de vlakte toen ik met m’n broek achter de poort bleef hangen. Stommitieit, maar weer wat plastic carosserie die moet geplakt worden. Een nieuwe moto is een optie, maar in dit desolaat landschap is een nieuwe moto misschien toch niet het signaal dat je wil geven aan je kennissen. Wel geld om een moto te kopen maar niet om hen te helpen ?
Mèt kay la: Martha. De huisbazin. Ergens echt wonen zit er nog niet echt in. Ik logeer eigenlijk even thuis. De reparaties aan het huis zijn nodig, ze kunnen de structuur bovendien verstevigen. Alleen Martha – die wel vertrouwen heeft in god maar niet in ingenieurs – moet nu nog overtuigd geraken. De buren – die wel zeggen dat ze een beetje gek is – zouden helpen met haar te overtuigen. Iets waar ik gisteren samen met de andere huurder hier na anderhalf uur nog niet in geslaagd waren. Totaal knettergek dat mens. God had haar al persoonlijk verteld hoe ze het moest repareren. Vandaag gezien dat die haar dan moet uitgelegd hebben gewoon de barsten dicht te smeren. Daar ben ik toch niet helemaal met akkoord. Maar gezien ze in het geheel niet voor rede vatbaar is valt er moeilijk over te discussiëren. Zelfs voorstellen dat wij de kosten voor de reparaties zouden dragen kon haar niet overtuigen. Enfin, de buren zouden ook hun best doen haar te overtuigen, het is ook in hun belang. Want als die muur valt, valt die op hun tent. In het ergste geval verhuis ik wel, maar naar waar ?
Ik ben blij dat ik terug ben, al zijn de zaken zeker niet eenvoudiger geworden. Maar soit, ik zie m’n buren terug, m’n collega’s, m’n vrienden die ik hier had achtergelaten. Dat doet me goed. Dat was wat ik wou. De uitdaging om de moeilijke situatie hier het hoofd te bieden. Zodat ik terug m’n werk kan oppikken: versterking van mijn platform-organisatie met hun leden en partners. Nu meer dan ooit is dat nodig. Meer dan ooit is het de stem van de grassroots die omhoog getild moet worden. Ondanks alle hulp die er van buitenaf wordt gestuurd is het overduidelijk dat de verdeling problematisch is. Rijkdom verdeelt zich niet in Haïti. Het concentreert zich steeds maar weer in dezelfde handen. Al zijn er schoolvoorbeelden hoe lokale organisaties er in slagen om de noodhulp te coördineren. Met hun terreinkennis, de kennis van de lokale “musts and donts”, hun verankering in de maatschappij zijn zij degenen die weten hoe de hulpverlening het best wordt aangepakt. Opvallend dat de regering de hele sociale beweging uitsluit. Nogmaals: dat systeem blijft overeind. En het gevaar is het te accentueren met de miljoenen dollars die binnenkomen.



0 Comments on “Upgrade or reinstall ?”
Leave a Comment